Weerspreuken februari

weerspreuken februari

Weerspreuken februari

Weerspreuken en gezegden over “het weer” zijn van alle tijden. Vroeger was er veel belangstelling voor weerspreuken. Boeren kenden deze weerspreuken uit hun hoofd. Ze lieten zich leiden door weerspreuken en raadpleegden deze spreuken voor het zaaien en oogsten van hun velden. Weerspreken bevatten veel waarheid en kloppen meestal wel.

In spreuken over het weer op de korte termijn van het jaar zit dikwijls een kern van waarheid, terwijl deze weersvoorspellingen voor de lange termijn doorgaans onjuist zijn. Toch moeten we toegeven dat de weersvoorspellingen zoals we ze hedendaags kennen er ook meestal naast zitten op lange termijn.

Lichtmis valt op 2 februari en kondigde vroeger het einde van de koude winter aan. Doordat Maria Lichtmis in een periode valt waarin de dagen langer beginnen te worden, zijn er heel wat weerspreuken aan die dag verbonden. Een traditie die door veel mensen wel in ere wordt gehouden, is het eten van pannenkoeken op lichtmis. Vroeger was dit een feest omdat de bevolking maar op twee dagen van job veranderen, namelijk op 2 februari en 11 november.

De mooiste weerspreuken – februari

Als er met Lichtmis de zon door de boomgaard schijnt, zal het een goed appeljaar zijn.

Als met Lichtmis de zon schijnt op de toren, krijgt men nog zoveel sneeuw als tevoren.

Lichtmis, vroeg de zon aan de toren, dan gaat al het vlas verloren.

Als er te Lichtmis druppeltjes aan de doornhagen hangen, is ‘t schoon vlas te wegen.

Als op Lichtmis de zon schijnt door het hout, dan is het nog wel zes weken koud.

Lichtmis donker maakt de boer tot jonker.

Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.

Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.

Schijnt de zon met Lichtmis hel, komt vaak vorst nog streng en hel.

Brengt Lichtmis wolken en regen mee, is de winter voorbij en komt niet meer.

Drupt er met Lichtmis de hagedoorn, dan is het een goed jaar voor het koren.

Lichtmis klaar, goed roggejaar.

Met Lichtmis valt de sneeuw op een warme steen.

Schijnt de zon op Lichtmis… er komt meer ijs dan er reeds lag.

Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.

Als Lichtmis komt met blommen, zal Pasen met sneeuw en ijs kommen.

Met Lichtmis doet de metselaar één oog open, ziet hij zonneschijn, hij doet dat ene oog weer dicht.

Als met Lichtmis de zon schijnt, gaat de vos nog zes weken naar zijn hol terug. (winterslaap)

Water op Sint-Agatha (5 februari) is melk in de boerkarn.

Sint-Amaan (6 februari) doet het zaaikleed aan.

Op Sint-Romaldus (7 februari) storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.

’t Is voor de oogst bijzonder goed, als’t op Sinte Appolonia (9 februari) waaien doet.

Dooi op Sint-Valentijn (14 februari), doet veel water in de wijn.

Is het klaar op de dag van St. Valentin, dan vriest het rad van de watermolen in.

Klaar weer op Sint-Silvijn (17 februari), het kan nog twee maanden winter zijn.

De nacht van Sint-Pieters’stoel (22 februari) duidt aan hoe veertig dagen ’t weer zal staan.

Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.

Regen in Sinte Walburgisnacht (25 februari), heeft de kelder steeds vol gebracht.

Sint-Romanus (28 februari) hel en klaar, wijst ons op een vruchtbaar jaar.

Komt februari met goed weer, dan vriest het in ‘t voorjaar des te meer.

Is februari guur en koud, dan komt er een zomer waarvan je houdt.

Is februari zacht, dan brengt de lente vorst bij nacht.

Is februari zacht en stil, dan komt de noordenwind in april.

Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.

In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.

In de korte maand regen, is vette mest een zegen.

Februari regen is voor de landman een zegen.

Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.

Schijnt morgenrood je tegen, dan dreigt februari met regen.

Sprokkelmaands regen, is grasmaand zegen.

Kort maandeke is vaak ook het stort maandeke.

Ligt de wind in februari stil, dan komt hij zeker in april.

Februari is nooit zo goed, of het vriest wel een hoed.

Februari met vorst en wind, maakt weldra de Pasen blind.

Geeft sprokkelmaand de winter niet, hij is voor Pasen in’t verschiet.

In februari sneeuw en regen, betekent goddelijke zegen.

Een koude februari geeft een goed roggejaar.

Is februari kil en nat, dan geeft dat veel koren in het vat.

’s Morgens wit berijpte daken, zal ’t gauw tot nattigheid geraken.

Als de muren uit gaan slaan, is het met de vorst snel gedaan.

Zoet weer in de korte maand, is niet gelijk ’t betaamt.

Komt februari met goed weer, dan vriest ’t in voorjaar des te meer.

Alle maanden van het jaar vrezen een mooie februaar.

Op schrikkeldag gaat de zon vaak overstag.

Nooit is de schrikkelmaand zo fel of ze geeft haar vijf zomerse dagen wel.

Februari komt verklaren, dat men hout en kool moet sparen.

Februari mist, hooi in de kist.

Februari nat, vult schuur en korenvat.

Geeft februari muggendans, voor maart is er een slechte kans.

Is februari zacht, de lente brengt vorst bij nacht.

Zachte februari, ellende het ganse jaar.

Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.

In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.

Vliegt de mug in februaar, dan huivert men het ganse jaar.

Hagelt en dondert het in februari, dan mag men rekenen op een mooie herfst.

Als het dondert in februari, breng dan uw tonnen naar de zolder.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone